Zaventem, stop dat spuiten!!

We slaagden er in om een stil maar ernstig probleem op de politieke agenda te krijgen en we gaan het niet meer loslaten. Op de Gemeenteraad van 22 september brachten we een uiteenzetting over een stille biologische oorlog met verdelgingsmiddelen en de gevolgen ervan. De Raad en het Bestuur hadden er oren naar, waren wat verbaasd, wilden actie ondernemen maar hielden de boot toch ook wat af. Hieronder geven we u onze volledige tussenkomst en de eerste reacties van schepenen en burgemeester. Om eens rustig door te nemen…

Geachte raadsleden en college,
voor zover we weten heeft de Gemeenteraad nog nooit stilgestaan bij het gebruik van biochemische bestrijdingsmiddelen in onze Gemeente.
Waarom zetten wij nu plots dit thema op uw politieke agenda?
Wel, om 2 redenen.
Deze zomer verschenen enkele belangrijke onafhankelijke studies die voor het eerst het verband bewijzen tussen snelle biologische achteruitgang en het gebruik van krachtige middelen zoals Imidacloprid en Glyfosaat.
Ten tweede, het gebruik van deze pesticiden en herbiciden is veel ruimer dan we spontaan zouden denken.
Het gebruik strekt zich uit over een groot deel van het oppervlak van de gemeente, het gebeurt frequent en het gebeurt door een hele reeks instanties.

Het is een moeilijk onderwerp en dus is het nodig van wat uit te wijden.

Imidacloprid is de scheikundige naam van het succesrijkste aller pesticiden, verkocht onder de merknamen Admire, Confidor, Gardiflor, Provado, Gaucho,…
Glyfosaat is de echte naam van het alom bekende herbicide Roundup. Beiden zijn wereldwijd massaal gebruikte bestrijdingsmiddelen. Zo ook bij ons. Tal van nevenproducten van deze molecules verschijnen op de markt en zijn even krachtig, té krachtig.
Op zichzelf zijn deze producten goede uitvindingen, maar het probleem ligt hem bij de aanwending. Zij worden, in plaats van zuinig en selectief, te pas en te onpas grootschalig ingezet.
Vooral problematisch is het preventief gebruik, het gebruik nog voor er een probleem opduikt.
Een belangrijke nieuwe techniek, met katastrofale gevolgen, is het omhullen van zaden met Imidacloprid. Het pesticide doodt terwijl het meegroeit met de plant, zit zowel in de wortels als in de nectar en het stuifmeel. Het breekt traag af en spoelt mee naar het oppervlaktewater.
De grote biochemische producenten Bayer, Syngenta, Monsanto, … kochten zowat alle kleine zaadproducenten op, zodat heden ten dage alleen gecoated zaad ter beschikking staat.
Een 400-tal verschillende gewassen zijn op die manier behandeld en als dusdanig beheersen zij de markt.

Om het overgebruik te rechtvaardigen en te bestendigen, werd het taalgebruik aangepast. De reclame spreekt bijvoorbeeld nooit van ‘landbouwgif’ maar van ‘gewasbeschermingsmiddelen’. Altijd wordt het beeld versterkt dat men niets schadelijks doet, dat het gebruik neutraal, zelfs milieuvriendelijk is, ‘ter herstel van een of ander evenwicht’.
Hun studies onderhouden tot vandaag dat beeld en bevatten alleen mooie boodschappen.

Recent zijn enkele onafhankelijke studies verschenen die dat ontkrachten.
– Voor het herbicide glyfosaat ofte Roundup werd in Nederland bewezen dat het wél vlot opgenomen wordt in het menselijk lichaam, in tegenspraak met de studies van Monsanto.
– Leuven publiceerde vorige week een studie die de schade omschrijft bij de jongste adolescenten, onze dochters en zonen. Hormonale veranderingen zijn al duidelijk bij uiterst lage doses pesticiden…
– De belangrijkste studie (gepubliceerd in Nature in juni j.l.) levert bewijs van het verband tussen Imidacloprid en het spectaculair verdwijnen van de biodiversiteit.
In de laatste decennia stelde men vast dat de populaties van tal van gewone diersoorten in mekaar klapten. Let wel, het gaat om gewone, alledaagse diersoorten, niet zomaar bedreigde of zeldzame beestjes. Algemeen werd aangenomen dat sluipende vervuiling, verstedelijking, jacht, fossiele brandstoffen, opwarming en tal van andere factoren hier samenwerkten. Vandaag is duidelijk dat er hoofdschuldigen zijn.
De aantallen boerenzwaluwen en huiszwaluwen verminderden op 10 jaar met 75%. In Nederland verdwenen 95% van alle veldleeuweriken. Actueel klapt de spreeuwenpopulatie in mekaar. Egels, salamanders en de andere amfibieën, reptielen,… m.a.w. insecteneters in het algemeen verdwijnen zienderogen. 14 van de 15 onderzochte, algemeen voorkomende vogelsoorten in de landbouwgebieden zijn ernstig getroffen.
Is het een kwestie van rechtstreekse vergiftiging door die pesticiden en herbiciden? Dit blijkt niet belangrijk. De vogels en andere dieren vallen ook niet dood. Het is het voedselaanbod dat weg is. De bestrijdingsmiddelen zijn zo efficiënt dat het volume aan insecten, larven, regenwormen,… enorm gedaald is. De werking van deze middelen wordt vermenigvuldigd door het wegspoelen naar beken, waterlopen en vijvers. Dit zijn de kweekkamers van talloze insecten en zij zijn habitat van talloze insecteneters, zwemmend, kruipend, springend of vliegend.

Tot voor kort was er alleen wat aandacht voor de bijensterfte doorheen Europa , maar het probleem strekt zich uit over de brede biodiversiteit, in het water, op de grond en in de lucht.
Men beseft nu pas dat een stille biochemische/biologische oorlog zijn werk deed. Nederland, dat ook deelnam aan deze studie, kwam tot de verbijsterende ontdekking dat in het westen van hun land de concentraties in de sloten van de landerijen zo hoog waren dat men het beekwater meteen kan inzetten als sproeivloeistof. De concentraties waren het honderdvoudige van toegestaan.

Hoe zit dat nu in Zaventem?

Een reeks instanties, professionelen en privaatpersonen gebruiken overdadig deze middelen.

1)Onze gemeentediensten spuiten nog steeds wat herbiciden. Een decreet verbood enkele jaren geleden het gebruik door openbare besturen. Het werd daarna afgezwakt tot een geleidelijke stop. In 2015, dat is binnen 3 maand, zou het zover zijn. We vragen dat het nu al stopt..

2)Onze 14 landbouwbedrijven werken allen volgens het agro-industriële model. Er is in Zaventem nog geen biolandbouw. Het landbouwoppervlak van onze gemeente bestaat, op een paar schapen-, koeien- en paardenweiden na, uit akkerbouw. Wij denken dat heel dat landbouwareaal jaarlijks bespoten en herspoten wordt met verschillende doelen: ontsmetten van de grond, onkruidverdelging, maiskevers bestrijden, aardappelloof platspuiten, aardappelen mogen niet kiemen, enz… Wij denken ook dat alle zaaigoed gecoated is. Er is nog steeds veel erosie op de akkers en het wegspoelen verklaart dus mede de dode toestand van onze beken.

3)Onze spoorwegen besloten vorig jaar verder te gaan met het biochemisch bespuiten van alle spoorbeddingen. Het was een foute beslissing, ingegeven door een iets goedkoper prijskaartje. Er veranderde wel iets in de marge.
Het spoorwegnet wordt nu wat selectiever gespoten en men houdt zich alleen even in ter hoogte van een natuurreservaat. Zaventem heeft geen natuurbeschermingsgebied, dus de bocht van Nossegem en de viersporige lijn dwars door de gemeente wordt regelmatig in zijn geheel gespoten. Infrabel spuit ook nog manueel de afwatering van deze infrastructuur, en spoot bijvoorbeeld tot in de Kleine Beek van Nossegem, iets wat bij wet verboden is.

4)Onze luchthaven doet ook goed mee. Het hek rond het luchtvaartterrein is 18 km lang en is dubbel. Dus 36km. Tegen dat hek mag geen plantje groeien. Dus zowat overal zie je er spuitsporen. Ook op de tarmak en de runways zal er wel worden gewerkt met herbiciden. Anderzijds verklaarden de mensen van BIAC recent dat ze geen pesticiden meer gebruiken. Ze zijn zelfs begonnen met een bijenkweek onder de verkeerstoren in Steenokkerzeel. Waarvan akte.

5)Onze brandweer en de privébedrijfjes die uitrukken om wespennesten te verdelgen, gebruiken megadosissen. Volgens ons kan daar ingegrepen worden met uiterst kleine doses en zelfs zonder beschermingspak.

6)Bij privaatpersonen en op bedrijfsterreinen zie je heel regelmatig het klassieke beeld van een mannetje met een container op de rug, de ene hand aan de pomphendel, de andere aan de sproeistok… We kennen persoonlijk verschillende privétuinen die verwoest zijn door onoordeelkundig gebruik. Er zijn ook ongevallen met verdelgers.
Jaren geleden verscheen er in Gemeenteberichten een vrome oproep aan deze groep om er mee op te houden. Meer inspanningen van het bestuur herinneren we ons niet.

Wat gaan we er aan doen?

De Europese instanties hebben een tijdelijke en lichte beperking voor neonicotinoieden ingesteld met heel veel uitzonderingen. Daar moet nog niets van verwacht. Onze regeringen schenken geen aandacht. Dus ligt het aan de lokale besturen om in actie te komen.

In Antwerpen denkt men aan een veralgemeend en onmiddellijk verbod, de beste maatregel. Is dit wel realistisch? Het kan contraproductief uitdraaien.

Het belangrijkste is het probleem alle aandacht te geven en het thema niet meer los te laten.
Daarom stellen we voor dat onze bevoegde schepen van milieu, duurzaamheid en landbouw een inventaris opstart.
Inventariseren kan alleen door een meldingsplicht in te stellen voor alle gebruikte middelen, door wie dan ook.
Welke producten met welke reden?
Welke zaden met welke coating?
Welke hoeveelheden?
Welke oppervlakten?
Hoe en wanneer en hoe dikwijls?
Naar de landbouwers toe moet van in het begin gesproken over een duidelijke gemeentelijke ondersteuning in de richting van biolandbouw. Dat lijkt ons essentieel naar deze groep toe om gevoelens van broodroof te vermijden.
Voor de andere spuiters ligt het veel gemakkelijker om hen af te remmen en te stoppen.

We stellen daarnaast voor specifieke concentratiemetingen te doen in alle afvoerende beken, als vertrekbasis, als schademeting en als controle op de meldingsplicht.
We stellen voor binnen exact een jaar een evaluatie te maken op de Gemeenteraad.

Om af te sluiten hebben we nog 2 voorbeeldjes van de plaatselijke insectenarmoede.

Het eerste betreft het groot insectenhotel in Nossegem, gelegen tussen 3 graanvelden.
Jullie plaatsten het vorige winter en we zijn de zomer voorbij. Het hotel staat er leeg bij. Ga maar kijken!
400 meter verder, in het dorp, in onze piepkleine tuin, twee insectenhotelletjes, volledig bezet van in de lente. Kom maar kijken!

Het tweede betreft een beeld dat alle ouderen onder ons nog kennen: zwaluwen die laag over het graanveld scheren. Wel, ga volgend jaar eens wandelen langs onze velden. Je ziet dat niet meer. De paar zwaluwen die je ziet, blijven hoog in de lucht, zelfs bij een dreigend onweer. Er is gewoon geen eten meer beneden.

Wie wat uitkijkt tijdens het wandelen ziet dingen die de studiegegevens bevestigen.

Namens de fractie Leef!-Groen

JPM

—-

De reacties leken positief.
De betrokken schepenen Peter Rosel en Eric Rennen reageerden verbaasd over omvang en ernst. De Groendienst spuit inderdaad nog glyfosaat in enkele zones, gaf Rosel toe, maar het ergste product hebben ze al weggelaten. Op de experimentele plaatsen waar er gifvrij wordt gewerkt, zou het aanblik ‘iets meer verwaarloosd’ zijn. Ook de schepen van milieu erkende de problematiek, dacht dat het insectenhotel een succes was ( hij kreeg meteen de foto’s van de leegstand ), vreesde de weerstand van de landbouwers en trok in twijfel dat alle zaaigoed gecoated is ( wat wij enkel vermoeden ). We zouden eens mee met de Brandweer moeten uitrukken naar de wespen om te zien hoe beschermpakken en die aanpak nodig zijn,… (we zijn ervaren). Tussen de goede woorden van de burgemeester zat een bekeurend ‘wel wat betichtend’.
Natuurlijk werd de boot door alle drie afgehouden als het over inventaris en meldingsplicht ging. Metingen in de beek dat kon eventueel wel.
Het thema deed zijn intrede, de stilte van de sproeiers doorbroken, maar een concrete eerste stap?…

Geplaatst in LEEF! vandaag