Tonijn…

——— 

leden van Greanpeace  blokkeerden op 23 april 08 de tonijnhandel op de Seafoodbeurs in Brussel.


Ze gooiden visnetten over de stands en ketenden zich vast.
Daarmee roepen ze op om de (ver)koop te stoppen van blauwvin-, geelvin- en grootoogtonijn.

Sedert de jaren '50 van vorige eeuw is 90% van het oceaanbestand van deze soorten opgegeten…
                                      
————————————–

 

Ooit versgevangen tonijnen zien liggen op een kade?  Immens grote vissen, glanzend zwart, wat witte buik, hard aanvoelend… een beeld dat je bijblijft…
Wel, het is ver gedaan met deze snelheidsduivels van de open zee.
Ze zijn industrieel weggevist in enkele tientallen jaren.

 

Japan, tonijnvanger nummer één, begint dat te beseffen en organiseert een eerste conferentie in Kobe.
En wat komt ons Europa daar vertellen? Dat we niet meedoen met een reddingsplan…
Terug naar af,  naar onze eigen keuken.
Wat kunnen we hier doen? Machteloos sakkeren op het wereldwijd neoliberalisme? Dat is al iets…
We kunnen ook  persoonlijk in actie schieten en tonijn als zeldzame delicatesse uitroepen, zoals de kabeljauw, de rog en de andere verdwijnende soorten.

Er verscheen een interessant boek over een milieusparend  vismenu voor elke week.

Hieronder onze indruk na eerste  lectuur.
Daarna volgt een artikel over de achteruitgang en de verloren  strijd van onze eigen kustvisserij.
Er zijn vissers en vissers…
Tenslotte een stukje homepage van de World Watch Institute.

Het maritieme verdient veel meer aandacht. Het is ongemeen boeiend én hard nodig. Hopelijk overtuigen deze tekstjes u!

De goede visgids


 

Gemakkelijk te bestellen via www.natuurpunt.be  
Of bij ons te lenen via een mailtje. 
Of ook in de bibliotheek van Zaventem.

Prijs: € 17,50
Natuurpunt ledenprijs: € 15,75
140 mooie bladzijden van de hand van Wouter Klootwijk, journalist, en twee marinewetenschapsters, Dr Christien Absil en Carol Phua. 

Verschijningsjaar: 2005, 2e druk

 

 

Boekbespreking  “De goede visgids”
 'Vis eten met een goed geweten.'

 Alhoewel we al tientallen jaren ecologist zijn, herinneren we ons geen enkel boek dat ons hier op weg hielp. Bijna elke bladzij wekt verbazing.
 Een razendsnelle ongeziene roofbouw speelt zich af onder water, uit het zicht van iedereen en gespreid over reusachtige afstanden.
Leegrovende bedrijven, conglomeraten en naties gaan vrij hun gang, weinig gehinderd door  internationale instanties.
De blinde markt – blind voor het waardevolle –  dicteert al hun acties.
Zij verleggen hun terrein volgens de winsten en de beschikbare technologie: eerst de veestapel met vismeel voederen, dan de visstapel met dierlijk voedsel, na de plofkip nu de plofpaling…

 Alhoewel we in een hoogontwikkelde kuststreek wonen, heerst er een groot gebrek aan kennis over zeevoeding.
Ons onderwijs besteedt geen aandacht aan de prachtige maritieme biologie.
Bij de vishandelaar bekom je weinig informatie. Meer zelfs, een aantal namen zijn gewoon veranderd om commerciële redenen.
Zeepaling, krabsla, zalmforel, zeesteak, … zijn in werkelijkheid geen paling, geen krab,…
Als je scholieren vraagt naar hun kennis van zeevis, stokt het gewoonlijk na fishsticks, kabeljauw, mosselen en kapitein Iglo…
Met dit boek zet je een eerste stap naar een gewapend en beter consumeren.
Dit boek vertelt over eetbaar zeeleven dat goed gedijt, dichtbij en diervriendelijker wordt gevangen of gekweekt, en juist daardoor én betaalbaar én lekkerder kan zijn.

 Het eerste deel bevat zevenenveertig bladzijden achtergrond. Dan volgt een ruimere gids voor alle dag, soort per soort.
Bijzonder praktisch is de kleurband bovenaan elke bladzij. Van rood over geel naar groen zie je meteen of je te beschermen, dan wel te verorberen zeeleven in je net haalt.

Een kritische lezing blijft nodig, uiteraard. Het begint wat Nederland-gericht, maar toch lees je ook over het Vlaamse , den Delhaize en de Colruyt inbegrepen.
Op het einde van het boek heb je de indruk dat de Nederlandse visvloot toch wat uit de wind is gezet. Wat spoken zij uit voor onze kust,  die van Mauretanië?
De medische aspecten worden voldoende sceptisch bekeken. Het ‘vis is gezond’ en de vermeende kwaliteiten van visolie en omega-3  worden niet zomaar geslikt.
Zelfs de culinaire kwaliteiten worden aangenaam gerelativeerd: “is vis dan zo lekker? Er zijn weinig beschrijvende woorden voor vissmaken, eerder voor de sausjes.” 
Het leven zoals het is! 

Frappante zaken die we u nu al verklappen:

–          in tegenstelling met wat we spontaan zouden denken: de biodiversiteit in de zeeën is veel groter dan op het land. Ze krijgt ten onrechte veel minder aandacht en onderzoek dan het landleven en de vogels,…

–          onder water zijn er evenveel berglandschappen als boven water. Nu de rijkdommen in de kustwateren zijn weggevist, draait de aandacht naar de overblijvende grote biodiversiteit op de zeehellingen en bergwanden. Die worden  afgeschraapt met de modernste diepzeetechnieken… nog voor ze onderzocht zijn.

–          90% van het haaienbestand is verdwenen op 50 jaar…

–          vislijnsystemen van 100, ja honderd!, kilometer lang om tonijn en zwaardvis… van dierenleed gesproken

–          en ga zo maar door… 

 

 

 

De vernietiging van de Oostendse "bootsjowerie"

 

Door Flor Vandekerckhove

 

Het Visserijblad, een onafhankelijk opinieblad in de Vlaamse vissersgemeenschap, schenkt in haar februarinummer veel aandacht aan de teloorgang van de Oostendse kustvisserij.  Daarbij komt schipper Jacques Bogaert (eigenaar van het vaartuig O.148 Snipe) uitgebreid aan het woord.  Hij besluit er een punt achter te zetten: 'De laatste twee jaar was de opbrengst ondermaats', zo zegt hij. 'Vorig jaar liet ik het vaartuig van januari tot maart aan de kant liggen omdat de opbrengst onvoldoende was om mijn schipper en matroos een fatsoenlijke verdienste te garanderen. Het vaar-tuig heeft vorig jaar slechts 147 dagen gevaren, 50 dagen minder dan normaal.'

Nadat recentelijk ook de kustvissersvaartuigen O.533 Virtus, O.225 Norman-Kim, O.100 Emilie, O.536 Zeevalk ermee opgehouden zijn (en met een O.116 Caroline die nauwelijks nog uitvaart) is de Oostendse kleine kustvisserij teruggevallen op negen vaartuigen.  Dat is onvoldoende om de zestien stalletjes op de bekende Oostendse Vistrap nog van waar te voorzien.  We maken vandaag het einde mee van een typische visserij die bootsjowerie genoemd wordt. Dat is het spijtige, want die visserij brengt dagvers gevangen waar op de markt en ze doet dat rechtstreeks van producent tot gebruiker.  Bovendien dreigt hiermee een letterlijk unieke band te verdwijnen tussen visserij enerzijds en stadsleven en toerisme anderzijds.  En ten slotte is het spijtig omdat hiermee een typische Oostendse, plebeïsche figuur met historische roots – de bootsjower – uit het straatbeeld wegvalt. De bootsjowers zijn namelijk de historische erfgenamen van de vissers die destijds met open roei- en zeilvaartuigjes ter kustvisserij voeren.  De bootsjowerie was altijd al de visserij van de kleine man en dat is ze vandaag nog steeds. Gaat het hier om een soort noodzakelijk proces waarbij oude ambachten en beroepen de tand des tijds niet doorstaan? Hebben de bootsjowers hun eigen graf gedolven door na te laten de sprong naar de moderne tijden te wagen?  Moesten de bootsjowers hun visgebied maar niet leeggevist hebben? Het is waar dat de kustwateren omzeggens leeggevist zijn.  Maar dat is geenszins het werk van de bootsjowers. Doordat ze met kleine vaartuigjes het zeegat intrekken is hun vangst altijd beperkt geweest. Van zodra het een beetje teveel waait  blijven hun schepen aan de kant liggen.  Hun actieradius is klein en bovendien vist een groot deel onder hen op garnaal, een soort die helemaal niet schaars is.  De bootsjowers zijn niet verantwoordelijk voor de ecologische catastrofe die we aan het meemaken zijn.  Integendeel, mocht de kust uitsluitend aan die categorie vissers voorbehouden zijn, dan was er nooit een ecologisch probleem voor onze deur geweest.De bootsjowers zijn overigens de eersten die het ecologisch probleem op zee aangekaart hebben.  Zij deden dat lang voordat de milieubeweging het licht zag.  Het eerste pamflet waarin zij de overbevissing door grote schepen aanklaagden dateert van 1860 (!), bijna honderd vijftig jaar geleden.  Het waren ook de bootsjowers die tijdens de eerste langdurige crisis van overbevissing (in 1889-1892) talrijke klachten uitten over de uitputting van de visgronden. Die klachten bereikten al gauw de overheid.  In 1909 al rapporteert een ambtenaar zijn minister dat grote schepen de visgronden aan het leegvissen zijn.Wie in het archief van Het Visserijblad bladert, vindt heel de tijd door verwittigingen van kustvissers.  Zoals deze titel uit 1954: 'Zal men de Belgische kustvisserij wurgen?'  Of dichterbij: 'Boze vissers: kustwateren moeten   beschermd worden' (1989).Het is niet zo dat de bootsjowers alleen maar geklaagd hebben.  Ze hebben ook oplossingen aangereikt.  Zij eisten bescherming van hun visgronden (1989), eisten inspraak in de overlegorganen (1995), richtten een eigen strijdvaardige organisatie op (1996), eisten officiële erkenning als aparte groep (1997). Zij zijn ook vele keren tot actie overgegaan.  Legendarisch is de havenblokkade die ze in 1998 organiseerden.  Op verschillende tijdstippen werd front gevormd met Greenpeace en er werd gezamenlijk met de milieubeweging actie gevoerd, zoals dat ook in 2002 nog het geval was.Werden ze gehoord, die kustvissers?  Zowel het Oostendse stadsbestuur, de Provincie, opeenvolgende ministers van Landbouw, ja zelfs de koning (2001) lieten uitschijnen hun zaak ter harte te nemen.  Het bleef al te veel bij woorden. Ook de groene minister Vera Dua luisterde maar met een half oor.  De eis voor een eigen, afgeschermd visgebied van minstens zes mijl voor de kust werd door haar getorpedeerd.  De kustvissers moesten het na vele jaren van ministeriële twijfel met maar drie mijl doen (2002): too little, too late!Dat doekje voor het bloeden kon toen ook al lang niet meer verdonkeremanen dat de ecologische catastrofe in de kustwateren georganiseerd werd door een overheid die met de Benelux (1958) de al overbeviste kustwateren wijd openzette voor grote Nederlandse kotters.  Dat proces werd nog intenser door de Europese Unie die forse subsidies verleende voor het bouwen van de zgn. eurokotters; grote, moderne schepen die de Europese en dus ook de Vlaamse kustwateren als jachtgebied kregen en alhier het werk kwamen afmaken. De publicist (en vishandelaar) H. Neubacher schrijft dan ook terecht: 'Door haar jarenlange gevoerde politiek van subsidies om vissersschepen te vernieuwen en nieuwe te bouwen,  creëerde de Europese Commissie niet alleen een overcapaciteit in haar vissersvloot,  maar ze vernietigde ook oude visserijgemeenschappen langs alle Europese kusten'. Dat is exact wat met de Oostendse bootsjowerie gebeurd is.Het is waar dat dit alleen maar heeft kunnen plaatsgrijpen doordat de top van de visserij die ontwikkeling gestimuleerd heeft. In 1996 was de kustvisserij, dixit de patroonsorganisatie ter zeevisserij, maar goed voor iets meer dan 1% van de omzet. In de visserij, waar de dienst uitgemaakt wordt door reders van de grootste boomkorvaartuigen, is de bootsjowerie dan ook 'quantité négligeable'. Maar elke kustvisser die de pijp aan Maarten geeft, opent voor hen nieuwe mogelijkheden. Zij azen dan ook al vele jaren op de motorvermogens van de bootsjowers. Die motorvermogens mogen ze van de overheid toevoegen aan hun schepen, waardoor ze tegelijk toelating krijgen om nòg meer vis uit zee weg te halen.  Meer vis hebben ze ook nodig, want zo'n groot boomkorvaartuig verbruikt vele duizenden liters diesel per dag en we weten allemaal wat er met de olieprijs gebeurd is. De conclusie klinkt pathetisch, maar is daarom niet minder waar. Door doelbewuste keuzen van Staat & Kapitaal werd een boeiende en organisch gegroeide vissersgemeenschap, samen met haar visgronden, moedwillig vernietigd.

 

uit ROOD, het partijblad van de SAP, feb 2007

 

 

 

Geplukt van het web, de goeie raad van de
World Watch Institute, 25 febr 2007, 

Shoosing Seafood for Healthier Oceans

In a recent Worldwatch poll, 30 percent of you felt that seafood was the most important item to buy using sustainable principles. In Catch of the Day, senior researcher Brian Halweil explores how buyers of seafood—including individual consumers, school cafeterias, supermarket chains, and large food distributors—can reverse fishery declines and preserve the fresh catch of tomorrow. A public that better understands the state of the world's oceans can be a driving force in helping governments pass legislation to ban destructive fishing, mandate seafood labels, decrease consumption of endangered fish, and create sustainable marine preserves, notes Halweil.One thing consumers can do? Eat lower on the fish food chain: skip the larger, omnivorous fish-tuna, salmon, striped bass, and shrimp, for example-and choose herbivorous farmed fish like catfish, carp, and tilapia, as well as oysters, clams, mussels, and sea vegetables 

Zie ook de campagne "No fish in my dish", "Geen vis op mijn bord", die de steun krijgt van de WWInstitute:

www.nofishinmydish.com

Zij roepen op hoogstens 2 x per week vis te eten.
Tegen de stroom in van de wereldwijde gezondheidsadviezen die aanraden minstens 3 x per week vis ( en visolie, omega 3, enz ) te verorberen, stellen zij dat op 50 jaar tijd  al 90% van de visbestanden van zeeën en oceanen weggevist  werd.
Bovendien neemt het verbruik zienderogen toe en zijn vooral Amerika, Japan en Europa de grote slokkoppen. 
De Europese politici zijn het ergst. Zij varen moedwillig naar een kollaps van soort na soort. De verrechtsing is daar niet vreemd aan.

 

 

Geplaatst in In de media